The Felice Brothers’ “Hey hey revolver”

 

The Felice Brothers is een folkrockband die afkomstig is uit de bergen rondom New York. Origineel waren er drie ‘echte’ Felice-broers. Simone Felice ging echter solo, zodat nu nog twee broers overblijven, Ian en James. Andere leden zijn Josh Rawson, Greg Farley & David Estabrook. Ik ben geen grote folk-liefhebber, maar ik ken weinig – zoniet geen enkele andere – bands die een diepe melancholische basis kunnen leggen in hun folkmuziek. Wanneer je naar de teksten luistert, gaan ze vaak over ‘grensgevallen’ zoals alcoholisme, prostitutie, marginaliteit, etc.
Ik koos voor het archetypische nummer “Hey Hey Revolver”, typisch Felice Brothers. In dit nummer ontpopt Ian Felice zich als een rasecht verteller. Het verhaal gaat over een aan lager wal geraakte vader wiens dochter zwanger raakte terwijl zijn vrouw andere oorden opzocht. En de revolver lonkt…
Je zou kunnen stellen dat Simone het zoete en Ian het zure vormt in de smaakvolle sound die de broers voortbrengen. Het is vooral het zure van Ian dat me aantrekt en ik beschouw Ian dan ook als het geniale brein van de band.
Ik zag de Felice Brothers reeds drie maal live – samen met een vriend die een echte grote fan is. Eénmaal in London, éénmaal in Keulen en éénmaal in Nijmegen, nooit in België. Simone Felice zag ik éénmaal solo aan het werk in een kleine bar in Oostende. Deze vriend benaderde Simone Felice en ging in gesprek met hem. Het is een zeer aimabele en toegankelijke man, blijkbaar, in tegendeel tot zijn broer Ian, die eerder een schim is.
Waarom ik hen zo goed vind, moet duidelijk zijn. Hun muziek is nog onaf. Hiermee wil ik niet niet-respectvol zijn. Ik bedoel dat hun sound integendeel heel authentiek klinkt (ook door de typische folkinstrumenten zoals de viool, de trekzak, de acoustische gitaar). Verwacht hier geen gladde producties of zo. What you hear, is what you get… Ian is het tegendeel van een commerciële “rockster”. Hij is geen geweldig goede zanger, maar deze muziek vraagt om zijn stem en af en toe een valse noot. Dit is muziek met een hoek af (misschien voor mensen met een hoek af?).
Ik ken geen slechte plaat van deze bende, hoewel ik het in 2011 uitgebrachte “Celebration Florida” minder vind, omdat hier wat te veel met elektronica geprutst wordt. Op de laatste plaat “Favorite waitress”, wordt deze vergissing terug hersteld en hoor je een terugkeer naar de oorspronkelijke roots en sound. Onvergetelijk op de plaat is de song “Constituents”. Geen idee waar de song over gaat (ook zoiets wat je met Ian voor kunt hebben), maar het is een instant-classic.

 

Hardly Strictly Bluegrass Festival

Advertenties

De Verenigde Naties van Planeet Aarde

Featured imageIk besef heel goed dat dit nog een naïeve droom is vandaag; een utopische droom. Maar toch hoop ik dat toekomstige generaties ooit zullen kunnen zeggen: “We are one!”. Ik heb niet veel verstand van politiek (en wil dat graag zo houden), maar als ik zie hoe een zootje de zelfverklaarde experten het er vandaag van maken, geloof ik dat ook zij er geen verstand van hebben. Daarom een aantal gedachten. Wetenschap en techniek moeten de mens zo ver mogelijk vooruit helpen (maar mogen ook niet het laatste woord hebben). De wetenschap toont immers aan dat bijvoorbeeld het woord “ras” een fictie is. Er is één ras: de mens. Voorts zal de wetenschap nooit kunnen bewijzen of er een transcendente wereld bestaat, of er een hiernamaals is. Eén unificerende, genivelleerde godsdienst is geen optie; cultuurverschillen mogen en moeten er bestaan. Maar ook hier moet de rede zegevieren. Aangezien een godsbewijs onmogelijk is, moet het duidelijk zijn dat het hier gaat om geloof en geen kennis. “Mijn God is de betere” kan niet worden getolereerd.

Featured image
De mens is een planeetbewoner. Staten zijn artificiële onderverdelingen en landsgrenzen conventies. Breidt de Schengen-zone uit over de gehele planeet! Vrij verkeer van personen en goederen waar dan ook! Was het nu Rousseau of Proudhon (ik zou het eens moeten opzoeken) die stelde dat het fout begon te lopen met de mens wanneer hij eiste “dit is van mij; dit is mijn eigendom”. Anyway, het wordt tijd dat we globaal beginnen te denken. Op bepaalde vlakken zijn we immers reeds zover. De informatica-revolutie stelt ons in staat in een mum van tijd met ongeveer iedereen in de wereld in contact te komen. Onze vergevorderde techniek stelt ons in staat op betrekkelijk korte tijd grote afstanden te overbruggen. Waarom dan niet verder denken? Het moet gedaan zijn met die nationalistische navelstaarderij; we leven in een multiculturele wereld; dat is nu eenmaal een feit! Dit brengt ongetwijfeld uitdagingen met zich mee en voor sommigen een grote aanpassing.

Featured image
De mens is een gevaarlijk dier omdat het in potentie over de middelen beschikt om zichzelf naar de verdoemenis te schieten. Daarom pleit ik voor één globaal, democratisch verkozen parlement. Een wereldraad. Dit betekent het einde van veel politiek gezeur. De eindeloze schommelbewegingen tussen links en rechts moeten worden opgeheven. Links is passé, rechts is gedaan. Er moet worden gekozen voor een aristotelische middenweg op basis van rationele overwegingen.
De mensheid heeft een rijke geschiedenis met vele mooie verwezenlijkingen, maar ook met vele bedroevende zaken op het palmares. Laten we lessen trekken uit deze geschiedenis. Schaf af wat ellende brengt en kies voor datgene wat onze toestand kan verbeteren. Plato pleitte in de Oudheid reeds voor een bestuur door filosofen. Op zich geen slecht idee, al hoeft het wat afgestoft te worden. Ik zou pleiten voor een bestuur van democratisch verkozen experten. Milieuwetenschappers moeten zich bezig houden met het voortbestaan van deze planeet. Sociale wetenschappers moeten ons met elkaar beter leren verbinden. Cultuurwetenschappers moeten wijzen op onze verschillen én gelijkenissen. Enzovoort. Elk specialist in zijn eigen vakgebied.

Featured image
Laten we beginnen met wetenschap, techniek; kortom onze kennis en rede voor onze kar te spannen en laten we ophouden met elkaar de duvel aan te doen. Globalisering is een feit! Laten we daarom ook de politiek globaliseren door haar te ontwapenen. We are one!

Featured image

De Blues

Featured image

Ooit zou ik toch wel eens binnen de zuidelijke staten van Amerika willen rondtoeren. De muziek die daar gemaakt werd én wordt, spreekt enorm tot mijn verbeelding. Met name, de bluesmuziek doet me vaak wegdromen. Bluesmuziek wordt nogal eens afgedaan als saaie muziek voor depressieve mensen. Niets is minder waar. De blues is een troost en deze muziek verhaalt op een eerlijke manier over onze ‘condition humaine’. We moeten er niet over lullen; het leven gaat gepaard met een hoop ellende. Vanaf het geboortetrauma tot aan onze onoverkomelijke individuele dood ligt het gevaar op de loer. Denk aan de hedendaagse oorlogshaarden, denk aan ziekten die een jong leven kunnen bedreigen, denk aan belangrijke relaties die kunnen uitlopen op een sisser, en ga zo maar door. Hierover gaan de verhalen die verteld worden door de bluesmuzikanten uit verschillende perioden. Van de vroege field hollers die op de katoenplantages werkten in de Mississippi-delta, tot de meer religieus geïnspireerde spirituals, tot de hedendaagse Amerikaanse rootsrock, americana, folkrock; allemaal hebben ze één ding gemeen: het zijn verhalen over het leven zoals het is.
Vanuit een psychologisch perspectief kan je zeker stellen dat bluesmuziek gezien kan worden als een copingmechanisme. De vroege zwarte slaven hebben zeker en vast een zekere steun gehad aan hun liederen. Even werden ze bevrijd of verlicht uit hun uiterst benarde situatie. Vandaag geldt hetzelfde nog steeds. Nog steeds wordt er bluesmuziek gemaakt vanuit die eenvoudige akkoordenschema’s. De blues helpt ons op die manier om te gaan met mogelijke tegenslagen en pech. De muziek heeft een catharsis-effect op ons; we voelen ons gesteund en begrepen wanneer het noodlot ons treft. In zekere zin geldt dit voor vele muziekstijlen, maar ik grijp liever naar een bluesriedel dan naar bijvoorbeeld popmuziek wanneer ik down ben.
Je hoeft geen ultra-ingewikkelde filosofische verhandelingen te lezen om het leven te leren kennen of trachten te begrijpen. Luister naar de verhalen van generaties bluesmuzikanten die voor dezelfde uitdagingen hebben gestaan en kijk hoe zij het ervan af brachten. Kort door de bocht; de blues is de existentialistische soundtrack bij uitstek! De blues is filosofie voor de gewone man en uiteindelijk hoort het daar ook thuis. Filosofie is immers vaak het slachtoffer van zijn eigen geschiedenis en is vaak een luxe-tijdverdrijf voor een elite. Dat is erg te betreuren. Mijn inziens heeft de filosofie een emancipatorische en een pedagogische taak. Breng de filosofie terug naar de mensen! Bluesmuziek doet dit op zijn eigenwijze manier op voorbeeldige manier.
De muziek die mij in elk geval inspireert, kent een erg rijke geschiedenis en gaat terug tot aan het begin van de twintigste eeuw. Denk aan artiesten als Robert Johnson, Leadbelly, Blind Lemon Jefferson en zovele andere. Later komen Muddy Waters, B.B. King, John Lee Hooker het genre verspreiden over de gehele planeet. Vandaag staat de blues nog steeds overeind en velen zijn schatplichtig aan dit rijke verleden. Geen Bob Dylan, geen John Hiatt, geen Eric Clapton zonder hun notoire voorgangers. Interessant is na te gaan door welke originele muzikanten deze hedendaagse grootheden beïnvloed werden. Zo heeft bijvoorbeeld Eric Clapton een hele tribute-cd opgenomen ter ere van zijn grote bluesheld, Robert Johnson. Veel van de muziek waar ik vandaag graag naar luister (bijvoorbeeld The Pines, The Felice Brothers, Ryan Adams, Neil Young, Bob Dylan, Deer Tick, Other Lives, Van Morisson, etc…) zou nooit kunnen bestaan hebben als de blues er niet was geweest.
Tenslotte, deze muziek doet me steeds teruggrijpen naar een uitdrukking (“Luctor et emergo”; vertaald: “Ik worstel en kom boven”) die mij lief is en ik zo’n beetje als mijn lijfspreuk beschouw.

Featured image

Elisabeth Kübler-Ross en de dood

Featured image

Aangezien ik vanaf oktober aan de slag zal gaan als palliatief begeleider, ben ik reeds begonnen met relevante literatuur door te nemen. En dat de boeken van Elisabeth Kübler-Ross relevant zijn, daar kan niet aan getwijfeld worden. Kübler-Ross was (ze stierf op 24 augustus 2004) een Zwitsers-Amerikaanse psychiater en thanatoloog. Ze hield zich met andere woorden bezig met het stervensproces en kan beschouwd worden als de grondlegster van de stervensbegeleiding. Los van enige ideologische of religieuze overtuiging ging zij de dood als dusdanig bestuderen zoals een wetenschapper dat doet: zo objectief mogelijk. Dat zij kort bij haar patiënten stond – en zeker wanneer het kleine kinderen betrof – dat blijkt uit haar verhalen en haar boeken. Volledige objectiviteit is dan ook onmogelijk bij dergelijk existentieel thema. Zij was betrokken partij bij de laatste momenten van haar patiënten. Opmerkelijk is haar standpunt ten opzichte van de dood die ze er uiteindelijk op neer hield en ook vurig verdedigde. Dit standpunt – de dood bestaat niet en is gewoon een overgang naar een ander leven – heeft haar meermaals in diskrediet gebracht bij haar zogenaamde ‘hardere collega’s, wetenschappers’. Kübler-Ross gebruikt de metafoor van de vlinder die ontpopt en een andere gedaante aanneemt en nadien – na bevrijdt te zijn uit zijn cocon – in alle vrijheid kan uitvliegen. Kübler-Ross onderscheidde vier fasen in het stervensproces van haar patiënten. In een eerste fase zweefden ze uit hun lichaam, namen een etherische vorm aan en ervoeren heelheid. In een tweede fase verlieten ze hun lichaam en verkeren ze in een toestand van geest en energie. In een derde fase gingen ze, begeleider door een bewaarengel, een soort tunnel of overgangspoort in waar ze aan het eind een helder licht zagen dat een intense warmte, energie, geest en zuivere onvoorwaardelijke liefde uitstraalde. Tenslotte, waren de mensen in alle kennis van verleden, heden en toekomst. Ze waren in de tegenwoordigheid van de Hoogste Bron. Sommigen noemden het God. In deze fase gingen mensen ook hun leven na. Het grootste geschenk dat God de mensen bleek te hebben gegeven, was keuzevrijheid, waarbij nagegaan werd of de mensen al dan niet de lessen geleerd hadden die ze verondersteld waren te leren, waarvan de hoogste was: onvoorwaardelijke liefde.
Deze observaties kon Kübler-Ross doen bij mensen die zogenaamde bijna-dood-ervaringen hadden gehad en terug werden gereanimeerd. Dezelfde thema’s komen steeds terug in alle verhalen, ongeacht welke geloofsovertuiging men erop nahield, zelfs de atheïstische. Wanneer men zich in een etherisch lichaam bevindt, ervaart men opnieuw heelheid. Dat wil zeggen, blinden kunnen zien, doven kunnen horen en mensen met een geamputeerd been, kunnen weer springen. De bewaarengel is in de regel een geliefde die reeds vroeger is heengegaan en die de stervende ‘geleidt’ in zijn overgangsproces.
Men zou hier een zeer sceptische houding tegenover kunnen aannemen en zeggen dat Kübler-Ross teveel betrokken partij was bij haar patiënten. Hier tegenover staat dat zij meent steeds aan wetenschap te hebben gedaan. Anderzijds zou men dergelijke ervaringen kunnen duiden als hallucinaties die mensen in doodsangst ondergaan. Zou kunnen, maar vooraleer je een echte mening vormt over dit thema, raad ik je aan om een boek van Kübler-Ross ter hand te nemen. Ik vind haar argumentatie vrij sterk.
Niemand is ooit echt uit de dood teruggekomen, niemand wéét echt wat ieder van ons te wachten staat. Maar als ik de keuze moet maken tussen een hard wetenschappelijk standpunt en de mooie verhalen van Kübler-Ross, is de keuze snel gemaakt. Ik zal mijn toekomstige patiënten alvast kunnen toespreken met een boodschap van hoop op momenten waar alle hoop verloren lijkt te zijn.

Featured image

Plato en de ring van Gyges

Featured image

Ik ben begonnen aan een queeste: ik ben op zoek naar de ring van Gyges. Wie Gyges’ ring bezit, beschikt immers over een haast onvoorstelbaar vermogen: onzichtbaarheid!
Onzichtbaarheid biedt volgens mij enkele heel lucratieve voordelen: om te beginnen, kunnen anderen je uiteraard niet aanstaren; je kan plekken bezoeken waar je normaal gezien niet zo makkelijk zou geraken en daarbij zou je interessante gespreken kunnen beluisteren zonder zelf te moeten participeren. U merkt het; de voyeur in mij zou aan zijn trekken komen. Als fervent concertganger zou ik steevast de eerste rij opzoeken van de concertzaal om nog niet te spreken van wat ik allemaal te weten zou kunnen komen uit de backstage. Ik geloof dat ik nogal vaak – vrij van verhoogd inschrijvingsgeld – zou vertoeven in collegezalen; ik ben immers zeer leergierig en nieuwsgierig en woon in een studentenstad.
Daarnaast denk ik dat onzichtbaarheid me een soort voorproefje zou kunnen geven van wat het betekent dood te zijn. Gesteld dat de geest – los van alle lichamelijkheid – een eeuwig voortbestaan zou kennen, wil zeggen dat je ook niet meer zichtbaar zou zijn. Het verschil tussen dood zijn en onzichtbaar via Gyges’ ring, is dat je met de ring nog zou rondlopen op deze planeet. Je zou alleen niet meer visueel te vatten zijn.
Oorspronkelijk is de ring van Gyges een mythisch en magisch artefact uit de oudheid dat de filosoof Plato gebruikt als gedachtenexperiment. Het gedachtenexperiment is vrij eenvoudig: Stel, je bent in bezit van Gyges’ ring en dus onzichtbaar, zou je je dan nog rechtvaardig en moreel gedragen? De ring van Gyges wordt met andere woorden gebruikt in een moraliteitsonderzoek.
De Lydische herder Gyges vond deze ring, ging naar de koning van zijn land, verleidde diens vrouw en vermoordde hem om zelf koning te worden. Glaucons verhaal over de ring van Gyges suggereert dat de enige reden dat mensen moreel handelen, is dat het ze aan de macht ontbreekt om zich anders te gedragen. Met andere woorden: neem de angst voor straf weg, en de “rechtvaardige” mens zal zich net zoals de onrechtvaardige gedragen: onrechtvaardig en immoreel.
In een bijzonder interessant recent onderzoek van filosoof Jonathan Glover (te lezen in zijn boek “Alien landscapes? Interpreting disordered minds”) gaat de onderzoeker aan de hand van socratische gesprekken het morele kompas onderzoeken van personen die de psychiatrische diagnose “antisociale persoonlijkheidsstoornis” kregen. Wanneer je hen zou doen beschikken over de magische ring van Gyges, zou het hek wel van de dam zijn….
Misschien wel een doordenkertje: zou jij stelen wanneer je er niet voor zou kunnen opdraaien? Hoe zit het met jouw morele kompas?

Featured image

“I hope I don’t fall in love with you” van Tom Waits

Featured image

Stel je voor: je zit rustig een pintje te drinken met enkele vrienden in een gezellige bruine kroeg tot je plots iemand in de linkerhoek van de kamer opmerkt. Een aantrekkelijke vrouw zit te praten met enkele vriendinnen. Je slaagt er maar niet in om je ogen ergens anders op te richten. Je vertelt over je fascinatie tegen je vrienden en natuurlijk stellen ze voor dat je de dame zou aanspreken. Je twijfelt. Je durft niet. Je bestelt nog een pintje. En nog één. Tegen de tijd dat je genoeg gedronken hebt om de stap naar haar toe te zetten, is ze ofwel al lang uit het café vertrokken, ofwel heb je reeds zoveel alcohol op dat er slechts nog gewauwel uit je mond komt.
Dit is een scenario dat me zo bekend voor komt en dateert uit de tijd dat ik nog een regelmatige caféganger was. Nu ik wat ouder ben, bezoek ik veel minder cafés dan vroeger. Misschien wel om dergelijke pijnlijke scenario’s te vermijden. Deze blogpost is daarom een ode aan alle vrouwen die ik ooit ontmoette maar niet durfde aan te spreken. Of, over wat had kunnen zijn.. Cheers, darlings!
Telkens wanneer ik het nummer “I hope I don’t fall in love with you” van Tom Waits hoor, denk ik aan die eenzame momenten in de cafés van mijn jeugd. Ik hoorde het nummer voor het eerst op Waits’ “Early years Volume 1”. Eén voor één ijzersterke, maar o zo breekbare acoustische nummers. Tom Waits is een geboren verhalenverteller en dat hoor je in zijn nummers. Liedjes over de liefde vaak, die zich dikwijls lijken af te spelen in een of andere groezelige bar. Typisch voor Tom Waits is zijn rauwe, hese stem, zelfs al van in zijn beginjaren. In de loop der jaren is die stem geëvolueerd naar een zware basstem waar hij soms de meest onmogelijke geluiden uit krijgt. Waits’ bekendste plaat blijft zijn debuut “Closing time” en dateert ondertussen uit 1973, dus moet de man reeds in de zestig zijn. Toch gaat mijn voorkeur uit naar het album “Rain dogs” (1985) en de live plaat “Big time”(1988).
Tot nog toe ben ik niet in de gelegenheid geweest om deze cultartiest live aan het werk te zien. Zijn muziek leent zich niet tot grote zalen en zijn intieme shows zijn in een mum van tijd uitverkocht. Men zegt van Tom Waits wel eens dat hij muziek maakt voor muzikanten. Feit is dat hij nooit mainstream is geworden en dat hij een voorbeeld is voor velen. Een ander kenmerk van Tom Waits is dat je hem niet in een vakje kan plaatsen. Zijn muziek is veelomvattend en hij slaagt erin om verschillende stijlen te incorporeren in zijn nummers, gaande van jazz, blues, folk tot vaudeville. Daarnaast speelde Waits ook enkele rollen in films. Kortom, Waits is van vele markten thuis en koppig doet hij zijn eigen ding met soms indrukwekkende resultaten tot gevolg.

Featured image

De tuin van Epicurus

Featured image

Toen ik onlangs, tijdens mijn vakantie, samen met enkele goede vrienden langs de prachtige tuinen van Annevoie liep, kreeg ik inspiratie om een stukje over de klassieke filosoof Epicurus te schrijven.
Immers, Epicurus bezat een grote tuin waar hij met zijn vrienden en aanhangers van de Epicuristische school placht te filosoferen. Wie denkt dat klassieke filosofen oubollig zijn en niet meer relevant vandaag; welnu, Epicurus bewijst het tegengestelde. Niet voor niets noemt de Gentse filosoof Johan Braeckman hem een filosoof voor onze tijd. Een hot item in de hedendaagse – populaire – filosofie is het begrip “levenskunst”. Welnu, laat Epicurus nu de levenskunstenaar bij uitstek zijn. Epicurus was een gematigd hedonist waarbij persoonlijk geluk centraal staat en aldus het hoogste goed is in dit leven. De taak van de filosofie bestaat er dan ook in om ons te bevrijden van angsten voor de goden en de dood. Eén van Epicurus’ bekendste uitspraken, luidt: “Wanneer wij er zijn, is de dood er niet, en wanneer de dood er is, zijn wij er niet meer”. Het heeft dan ook geen zin om ons hierover druk te gaan maken of allerlei bijgelovige rituelen uit te voeren om in de gunst te komen van goden die zich geen zier van ons aantrekken.
Epicurus is geen atheïst – goden bestaan, alleen niet in de vorm die wij zouden wensen. Verder houdt deze filosoof er vrij ‘moderne’ opvattingen op na over de fysische realiteit. Deze zou zijn opgebouwd uit stoffelijke atomen. Zelfs de ziel verklaart hij materialistisch.
Het is echter vooral zijn “levenskunst” die me kan bekoren. Doel van Epicurus’ filosofie is het bereiken van “ataraxia”. Dit is een toestand van gemoedsrust en een blijvend gevoel van welbehagen, een geestelijk genot dus. Om deze toestand te bereiken, reikt Epicurus ons enkele voorstellen aan. Ten eerste, het vermijden van vrees voor goden en de dood, aangezien beide ons niet aangaan. Ten tweede, een gematigde behoeftenbevrediging van onze natuurlijke behoeften. En, tenslotte, een teruggetrokken leven te midden van vrienden te leiden. “Leef in het verborgene” is een duidelijk Epicuristisch motto.
Genot is belangrijk in het leven, het vermijden van pijn en verdriet ook. Maar dit wil niet zeggen dat de Epicurist een totale behoeftenbevrediging nastreeft. Matiging hierbij is essentieel (dit wordt wel eens vergeten door zogenaamde hedendaagse zelfverklaarde Epicuristen). Naar verluid volstond voor Epicurus brood, water en kaas om een feestmaaltijd te houden.
Ik onthoud alvast zijn aanwijzingen voor een goed leven. Vriendschap, matiging van genotszuchtige activiteiten en niet al te veel in de schijnwerpers te treden. Ook voor mij is een langdurige ataraxia het ideaal.

Featured image

zoektocht naar een zinvol bestaan